maandag 18 juni 2007

27ste - Prejudiciële vragen

Ontstaat er in het kader van een geding voor een rechtbank of een hof een betwisting over een wet of decreet die onder de bevoegdheid valt van het Grondwettelijk Hof, dan moet in principe het betrokken rechtscollege hieromtrent een prejudiciële vraag stellen aan het Grondwettelijk Hof. Het arrest van het Grondwettelijk Hof waarbij de prejudiciële beslissing wordt gegeven, is bindend voor alle rechtsmachten die in het lopend geding uitspraak doen. Dit betekent dat wanneer de prejudiciële vraag gesteld wordt door een rechtbank van eerste aanleg, de beslissing van het Grondwettelijke Hof niet enkel bindend is voor deze rechtbank maar bijvoorbeeld ook voor het hof van beroep of voor het hof van cassatie wanneer deze hoven over hetzelfde geding in een verder stadium uitspraak moeten doen.

Geen opmerkingen: